
VROUWENSTEM: Hij wordt gewoon opgehaald onder schooltijd.
Hij stapt in, dat is Max. Wie zijn die mensen?
(Reinier, politie:)
REINIER: We kregen dus een melding vanuit Denise:
we zien dat hij opgehaald wordt na school door een groep jongens
die volgens mij ouder zijn dan hij is.
Wat zie jij?
(Denise, veiligheidscoördinator school:)
DENISE: Ik sta niet voor de klas, ik heb een vrije functie binnen de school.
Dat betekent dat als het misgaat of als er dingen zijn of spelen,
dat leerlingen bij mij komen.
Soms zijn er situaties die ik wel moet gaan delen, met Reinier.
Vaak als ze eenmaal betrokken zijn of in aanraking gekomen zijn
met toch wel jeugdgroepen, jeugdbendes,
dan is het lastig om daar weer van weg te kunnen stappen.
REINIER: Wat we zien gebeuren, is dat zo'n jongen vaak in de auto moet stappen
en daar bijvoorbeeld z'n wiet krijgt of een andere soort drugs,
en die moet hij dan dealen in de wijk.
In het begin krijgt hij misschien een leuk geldbedrag om hem binnen te halen,
maar op een gegeven moment wordt het dreigen,
dus dan is het: als je het niet doet, dan steken we je neer of we slaan je in elkaar.
Ga dan maar zeggen: het was eenmalig, ik doe het niet nog een keer.
Je ziet dat er geronseld wordt en 150 euro is voor hen natuurlijk enorm veel geld, en als je daar iets simpels voor moet doen, in hun ogen,
ga dan maar nee zeggen als er thuis geen geld is.
En we hebben heel veel te maken met social media,
dus met de onlinewereld, waar ouders geen zicht op hebben.
Het ronselen begint al bij de contacten leggen.
Ze weten precies waar ze ze moeten halen.
Dat gaat soms online met app-groepen, daar wordt lukraak een verzoek in gedaan.
Ze zijn ook eigenlijk aan het scouten.
Hetgeen ik zie, is het topje van de ijsberg.
Vaak gebeurt het veel meer dan wij zien.
Wij zien ze elke dag, vijf dagen in de week een aantal uur.
Wij krijgen wel signalen of wij zien wel dingen waarvan we denken: dit klopt niet.
Het moe zijn, maar ook het dure kleding dragen,
slechte cijfers halen, licht ontvlambaar zijn,
vroeg naar huis moeten, heel veel tandartsafspraken.
Dat zijn wel opsommingen, signalen waarvan we denken:
hé, dit alles bij elkaar, er is iets gaande.
Op het moment dat ik twijfel aan een situatie of me zorgen maak,
dan kan ik altijd bellen, we hebben korte lijnen met de politie,
en dan kan ik anoniem de casus doorspreken:
ik heb een leerling en dit is het verhaal.
Heb je tips? Wat moet ik hiermee? Wat kan ik hiermee?
Ik zie mezelf meer erboven hangen om vroeg te signaleren
om partijen bij elkaar te brengen, bruggen te bouwen.
Ik denk dat dat mijn grootste rol is.
Soms is het ook gewoon in gesprek gaan
en bepaalde hulpverlening inzetten in een vroeg stadium.
Soms moet er gezinshulp in, in gesprek met ouders, het kan van alles zijn.
Maar het liefst zo vroeg mogelijk,
niet als hij al een strafbaar feit heeft gepleegd.
Je ziet letterlijk op de hoek van de straat types staan waarvan je denkt:
jullie komen niet voor de gezelligheid,
maar jullie komen om te kijken of er nog jongeren zijn om te ronselen.
Wij wijzen er dan ook echt op: meld wat je ziet.
Hoe klein dat meldinkje ook lijkt voor zo'n buurtbewoner of school,
dat kan voor ons net het puzzelstukje zijn waarmee we het beeld compleet maken
en waarmee we weten: hij is hiermee bezig en we kunnen dit team inzetten
om in gesprek te gaan met hem, met ouders,
maar soms ook wel gewoon om door te pakken, door aan te houden.
Soms moet je ook jongeren begrenzen, als het kan zo vroeg mogelijk,
om hem die impact te laten voelen: deze route gaat jou niet helpen.
(houdmisdaaduitjebuurt.nl.)